Volgorde van gitaar effecten, hoe sluit ik mijn pedalen aan?

volgorde van gitaar effecten

Als je meer dan één gitaar effect gebruikt dan heb je een keuze in hoe je deze pedalen gaat aansluiten. Met andere woorden: is er een juiste volgorde van gitaar effecten?

Plaats je een delay vóór of juist na een overdrive pedaal en waar plaats je een fuzz pedaal als je ook een wah wah pedaal gebruikt? Hoe zit dat precies met true bypass en buffered bypass pedalen. Heeft dat invloed op mijn geluid en waar moet ik rekening mee houden? Moet ik mijn pedalen allemaal achter elkaar plaatsen of zijn er nog meer mogelijkheden? De antwoorden op deze vragen staan in dit artikel. 

Traditionele volgorde van gitaar effecten  

Het antwoord op de eerste vraag ‘Is er een juiste volgorde van gitaar effecten?’ is simpel, namelijk nee. Er is geen juiste volgorde. De volgorde hangt af van het geluid dat je nastreeft. Er is wel een volgorde die veel gebruikt wordt, een traditionele volgorde. Deze is gebaseerd op het maximaliseren van je signaal en het minimaliseren van ruis en andere ongewenste bijgeluiden. In onderstaand figuur (klikken om verder te vergroten) staat de traditionele signaalketen. Je leest deze van rechts naar links, net zoals gitaarpedalen worden aangesloten. Effecten met een rood kader maken deel uit van je basissignaal. Gitaareffecten met een blauw kader zijn verfraaiingen van je geluid, die als het ware bovenop je basis gitaarsignaal liggen. Alle effecten in een zwart kader zijn in dit voorbeeld flexibel te plaatsen.

volgorde van gitaar effecten
Traditionele effectketen, vertaald in het Nederlands en verder bewerkt uit Pedal Crush – Kim Bjørn en Scott Harper, p. 28 – 29

Experimenteren met de volgorde van gitaar effecten

Zoals je in bovenstaande figuur kunt zien zijn er nog behoorlijk wat keuzes te maken, ook binnen een traditionele volgorde. Boost pedalen kunnen bijvoorbeeld vrijwel overal in de keten geplaatst worden. Deze krijgen een andere functie afhankelijk van de plek in de signaalketen. Je kunt een boost bijvoorbeeld gebruiken als een ‘altijd-aan’ pedaal. Plaats het pedaal in dit geval dan zo veel mogelijk aan het begin van de keten. Als je een boost gebruikt voor meer volume, bijvoorbeeld bij een solo, plaats deze dan wat meer naar achteren in de keten. En een boost kan ook dienst doen als een pedaal waarmee je wat meer oversturing creëert. Plaats het pedaal dan direct voor een overdrive of distortion pedaal.

Enkele audiofragmenten

Om te horen wat de volgorde van pedalen met het geluid doet staan hieronder drie voorbeelden. Bij elk voorbeeld is het eerste audiofragment het cleane geluid zonder effecten. In de volgende twee geluidsfragmenten worden de effecten telkens omgewisseld.

Voorbeeld 1 Reverb en Chorus

Clean geluid zonder effecten
Eerst chorus en dan reverb
Eerst reverb en dan chorus

Voorbeeld 2 Tremolo en Delay

Clean geluid zonder effecten
Eerst tremolo en dan delay
Eerst delay en dan tremolo

Voorbeeld 3 Overdrive en Delay

Clean geluid zonder effecten
Eerst overdrive en dan delay
Eerst delay en dan overdrive

Gitaareffecten in de effectloop van mijn versterker

Tot nu toe ben ik ervan uitgegaan dat alle pedalen achter elkaar geplaatst worden (ook wel serieel genoemd – de pedalen staan hiermee ‘in serie’) en dan op de ingang van je versterker worden aangesloten. Dat hoeft niet, er zijn meer opties. Eén van de opties is om de effectloop van je versterker te gebruiken. Deze zit op de achterkant van je versterker en kent twee aansluitingen: een send-out en een send-in. Allereerst sluit je de send-out uitgang van je versterker aan op de input van het eerste pedaal en de uitgang van het laatste pedaal op de send-in van de versterker. Je hebt nu een effectloop gemaakt die ná de preamp van je versterker komt. Je plaatst hiermee de pedalen tussen de voor- en de eindversterker in.

Tip

EXPERIMENTEER ER OP LOS EN PLAATS EFFECTPEDALEN OP DE MEEST ONLOGISCHE PLEKKEN. JE ZULT VERSTELD STAAN VAN DE ORIGINELE GELUIDEN DIE JE HIERMEE CREËERT!

Voor- en nadelen van het gebruik van een effectloop

Veel gitaristen gebruiken de effectloop van een versterker omdat dit de meest ideale oplossing is om zowel oversturing van de versterker te gebruiken als effectpedalen. Als je de oversturing van de versterker gebruikt en je sluit alle pedalen aan op de input van de versterker (en niet op de effectloop) dan plaats je alle pedalen vòòr de oversturing. Ook modulatie, galm en delay gaan dan ‘door de oversturing heen’ en dat klinkt anders dan wanneer deze pedalen ná de oversturing worden geplaatst. Probeer het maar eens uit en kijk of het je aanspreekt.

Een nadeel van het gebruik van een effectloop is dat sommige loops niet goed klinken. Het signaal dat zo zorgvuldig is versterkt in de preamp wordt in een effectloop weer afgezwakt om door de pedalen heen te kunnen. Daarna wordt het signaal weer versterkt en gaat het de eindversterker in. Hierbij wil er in het ontwerp nog wel eens wat mis gaan, waardoor je gitaar ineens dun gaat klinken. Als je versterker een parallelle effectloop heeft dan is het verstandig om deze te gebruiken. Je tast het basissignaal van je gitaar hiermee niet aan en voegt het signaal van de effectloop toe aan dit basissignaal.

True en buffered bypass gitaarpedalen

Bij het bepalen van de volgorde van je pedalen is het verstandig om na te gaan of deze true of buffered bypass zijn. In een eerder artikel heb ik uitgelegd wat de verschillen tussen true en buffered bypass pedalen zijn. Een effectpedaal met een buffer zorgt ervoor dat het signaal sterk en in tact blijft, ook als het pedaal uitgeschakeld is. Het signaal gaat nog steeds door (een gedeelte van) het circuit van het pedaal.

Een true bypass pedaal heeft geen invloed op het gitaarsignaal wanneer het uit staat. True bypass pedalen lijken dan ook een betere keuze. Een belangrijk nadeel van het gebruik van meerdere pedalen met true bypass is dat er zo een lange kabel ontstaat. Alle kabels hebben een bepaalde capaciteit die met name het hoog aantasten in je signaal. Dit staat ook wel bekend als ‘tone-sucking’. Een goede buffer zorgt er voor dat je geen last meer hebt van tone-sucking.

In de praktijk betekent dit dat een of meerdere, strategisch geplaatste, buffers helpen om je gitaargeluid in optimale conditie te houden. Experimenteer met een buffer aan het begin van je signaalketen, maar plaats deze niet voor een fuzz pedaal. Je kunt ook een buffer helemaal aan het einde van je keten plaatsen, of beide. Er zijn bufferpedalen die voor dit specifieke doel zijn ontworpen, bijvoorbeeld de Xotic Super Clean , Wamper dB+ of JHS Little Black Buffer.

Gebruik van een loop switcher om pedalen te verbinden

Een andere mogelijkheid om pedalen te verbinden is het gebruik van een loop switcher. Loop switchers geven veel flexibiliteit om pedalen te schakelen, of zelfs van volgorde te wisselen. Daarnaast zorgen loop switchers ook voor een korte signaalketen. Alleen de pedalen die je nodig hebt schakel je in en de rest zit niet in de signaalketen. Het probleem van tone-sucking is hiermee opgelost. Sommige loop switchers bieden de mogelijkheid om ook de volgorde van pedalen te programmeren, waarmee je dus flexibiliteit hebt en veel kunt experimenten met de volgorde van je pedalen. In dit artikel geef ik een overzicht van de mogelijkheden van een loop switcher.

Waar je ook voor kiest, succes met het aansluiten van je gitaarpedalen en experimenteer er op los!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.